Leiderschap onder druk - Unbreakable Academy

Leiderschap onder druk

Wanneer doorzetten gevaarlijk wordt.

Acht meter onder het wateroppervlak. Ergens voor de kust van Afrika.

Op drie meter afstand zie ik hoe Johan* de Diver Propulsion Device (DPD) in het rek van de onderzeeboot probeert te schuiven. Het lukt niet.

We zijn op missie en pionieren met nieuwe technieken, tactieken en procedures. In grote lijnen is het simpel. Met de onderzeeboot verplaatsen we naar het missiegebied en gaan we op druk. Via een cilindervormige sluis verlaten we het schip. Op het achterdek liggen onze onderwaterscooters te wachten. Daarmee verplaatsen we ons nog dichterbij het missiegebied. Opdracht uitvoeren. Terug naar de onderzeeboot. Scooters weer in de rekken. Terug aan boord. Klaar. Kind kan de was doen.

Tenminste, in theorie.

Omdat we met pure zuurstof duiken, kunnen we niet lang op deze diepte blijven. Zuurstof heeft de vervelende eigenschap om vanaf een bepaalde diepte giftig te worden. Terwijl Johan blijft worstelen, voel ik de druk op mijn oren toenemen. Ik kijk op mijn dieptemeter. Shit. We dalen.

De onderzeeboot zakt langzaam verder weg. Op deze diepte is de zuurstof al toxisch. We kunnen hier niet blijven. Ik probeer Johan te seinen en geef hem het teken om omhoog te gaan. Hij kijkt wel, maar reageert niet. Hij gaat verbeten door met zijn poging de DPD in het rek te krijgen.

Het is niet de eerste keer dat deze procedure mislukt. Door de complexiteit en de omstandigheden loopt het keer op keer vast. Ondertussen zakt de onderzeeboot verder. Het kan niet anders dan dat er aan boord iets mis is. Ze weten precies welke risico’s wij als kikvorsmannen lopen.

De situatie wordt levensgevaarlijk. Niet alleen voor Johan, maar voor iedereen in mijn team. Inclusief mijzelf. In een laatste reflex wil ik verder afdalen om Johan vast te pakken en mee omhoog te trekken.

Dan gebeurt het.

Plotseling wordt er een enorme hoeveelheid lucht uit de onderzeeboot geblazen, precies onder de rekken waar wij aan het werk zijn. De opstijgende lucht slaat ons allemaal los en katapulteert het team richting het oppervlak. In de chaos raken we elkaar onder water kwijt. Johan laat de DPD los.

Tijdens de noodopstijging is er maar één gedachte in mijn hoofd: uitblazen.

Door de snelle afname van de omgevingsdruk zet de lucht in je longen uit. Als je dan niet blijft uitblazen, loop je het risico op een burst lung trauma. Plat gezegd: je longen klappen kapot. Met alle gevolgen van dien.

Eenmaal aan de oppervlakte check ik eerst mezelf. Daarna scan ik het water om me heen. Eén voor één krijg ik het oké-teken van mijn team. Door de duikmaskers zie ik de grote, geschrokken ogen. Wanneer ook de laatste man het oké-teken geeft, valt er honderd kilo van me af. Iedereen is oké. We zijn met de schrik vrijgekomen.

Die duik is me altijd bijgebleven. Niet alleen vanwege het risico, maar vanwege wat eronder lag. We waren niet roekeloos. We waren betrokken. Misschien té betrokken. Gefocust op de missie, op het plan, op het laten slagen. En juist daardoor zagen we te laat dat de omstandigheden veranderd waren.

Achteraf zie ik iets wat ik toen nog niet kon benoemen: druk bouwt zich vaak geleidelijk op. Niet ineens. Je went eraan. Het abnormale wordt normaal. Net zolang tot het toxisch wordt.

Jaren later voelde ik diezelfde druk opnieuw. Niet onder water, maar in mijn werk bij Defensie. De verantwoordelijkheid. De verwachtingen. De loyaliteit aan het systeem, aan mensen, aan een missie die ooit klopte. Net als bij die duik wist ik: dit is ooit logisch geweest. Maar het past niet meer bij wie ik nu ben.

Waar Johan bezeten probeerde de DPD in het rek te duwen, was ik krampachtig bezig mezelf in een rol te blijven duwen die niet meer paste. Geconditioneerd om nooit op te geven, altijd door te zetten. Steeds verder verwijderd van mijn gevoel. Ten koste van mezelf en mijn omgeving.

Wat ik bij Defensie heb geleerd — en pas echt voelde en begreep toen ik wegging — is dat stoppen vaak voelt als falen. Alsof je opgeeft. Alsof je mensen in de steek laat. Terwijl het in werkelijkheid vaak gaat over eerlijk durven kijken: wat vraagt deze situatie nu werkelijk van mij?

Mijn vertrek uit Defensie voelde als een noodopstijging. Niet gepland. Niet comfortabel. Chaotisch. Eenzaam. Maar wel noodzakelijk. En net als onder water geldt ook hier: als je te lang blijft, raak je beschadigd. Soms zichtbaar. Vaak onzichtbaar. Soms blijvend.

Bij een noodopstijging is er één cruciale regel: blijf uitblazen. Laat los wat je vasthoudt. Verminder de druk — gecontroleerd, stap voor stap. Niet alles in één keer. Maar wel bewust.

Het verlaten van Defensie deed precies dat. De acute druk nam af. Er kwam ruimte voor alles wat ik al die tijd had weggedrukt. Pas toen voelde ik hoeveel spanning ik had vastgehouden. En hoeveel energie er vrijkomt wanneer je niet wacht tot je breekt, maar op tijd bijstuurt.

Die druk was mijn comfortzone geworden. Tegelijkertijd beperkte diezelfde druk mijn ontwikkeling en groei. Dat loslaten voelde spannender dan al die nachtelijke duiken onder extreme omstandigheden.

Groei boven comfort betekent niet altijd doorgaan. Niet nog harder. Niet nog dieper. Soms is het juiste besluit juist de andere kant op. In mijn geval in ieder geval.

Dat inzicht neem ik sindsdien overal mee naartoe. In leiderschap. In ondernemerschap. In hoe ik met mensen werk. Niet alles wat je bent begonnen, hoef je koste wat kost af te maken. Soms is het genoeg om pas op de plaats te maken. Gas terug te nemen. Of tijdelijk op te stijgen om overzicht te krijgen.

Soms is de moedigste vorm van leiderschap niet in één keer stoppen, maar het lef hebben om de druk te verminderen. Zodat je kunt blijven ademen. En daarna bewust kunt kiezen hoe diep je weer wilt gaan.

Ik wens je veel moed. Kies groei boven comfort.

*Gefingeerde naam.

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Google Reviews
Scroll up